Systemisch werken: iets wat ik eerst deed en pas later leerde benoemen

Als iemand mij vandaag vraagt wat systemisch werken voor mij betekent, moet ik vaak terugdenken aan mijn eerste carrière als logopedist.

Tijdens mijn opleiding en mijn werk als neurologopedist leerde ik kijken naar de mens als geheel. Wanneer iemand bijvoorbeeld een beroerte had doorgemaakt, richtte mijn aandacht zich niet alleen op de taalstoornis, de slikproblemen of de plaats van de hersenbeschadiging. Natuurlijk waren die belangrijk, maar ze vertelden nooit het hele verhaal.

Ik was nieuwsgierig naar de mens achter de diagnose. Naar de impact op het dagelijks leven, op relaties, op het zelfbeeld en op de rollen die iemand opnam binnen zijn gezin, zijn werk en zijn omgeving.

Achteraf bekeken was dat misschien mijn eerste kennismaking met een systemische blik, al kende ik die term toen nog niet.

Pas jaren later, tijdens een opleiding Deep Democracy, kreeg iets waar ik intuïtief al langer mee bezig was een naam. Ik ontdekte woorden en kaders voor een manier van kijken die me meteen vertrouwd aanvoelde. Niet omdat ik iets volledig nieuws leerde, maar omdat ik beter begreep waarom bepaalde vragen mij al zo lang boeiden.

Systemisch werken heeft mij niet alleen geleerd om anders te denken. Het heeft mij vooral geleerd om anders waar te nemen.

Ik ben altijd iemand geweest die graag analyseert, begrijpt en verbanden legt. Toch ontdekte ik dat niet alle belangrijke informatie in woorden zit. Soms zit ze in een stilte. In een spanning die voelbaar wordt wanneer een bepaald onderwerp op tafel komt. In de energie die wegvloeit uit een groep zonder dat iemand precies kan benoemen waarom.

Gaandeweg heb ik geleerd om niet alleen te luisteren naar wat mensen zeggen, maar ook naar wat niet gezegd wordt of misschien nog niet gezegd kan worden. Om niet alleen te vertrouwen op mijn hoofd, maar ook op wat ik opmerk in mijn lichaam, in de ruimte en in de interacties tussen mensen.

Hoe langer ik dit werk doe, hoe minder ik geloof in één waarheid. Wat mij boeit, zijn de verschillende perspectieven die naast elkaar bestaan. Ik wil niet bepalen wie gelijk heeft. Ik wil begrijpen wat mensen drijft, welke stemmen veel ruimte krijgen en welke nauwelijks gehoord worden.

Waar ik vroeger vooral keek naar de mens in zijn context, kijk ik vandaag ook naar de mens als onderdeel van een groter geheel. Mensen functioneren nooit los van de systemen waar ze deel van uitmaken. Teams functioneren niet los van hun organisatie. Organisaties functioneren niet los van hun geschiedenis, hun cultuur of hun omgeving.

Wanneer iemand vastloopt of een team stagneert, ben ik minder geïnteresseerd in de vraag wie het probleem veroorzaakt. Ik ben nieuwsgierig naar wat het systeem probeert duidelijk te maken. Welke patronen blijven terugkeren? Welke spanning vraagt aandacht? Welke stem ontbreekt?

Voor mij begint beweging vaak op het moment dat we erin slagen om die vragen samen te onderzoeken.

Beweging betekent daarbij niet noodzakelijk dat een probleem opgelost raakt. Ze ontstaat wanneer mensen opnieuw kunnen instappen in het gesprek. Wanneer spanning zichtbaar en bespreekbaar wordt. Wanneer er ruimte ontstaat om elkaar beter te begrijpen zonder het met elkaar eens te moeten zijn.

Ik geniet van de momenten waarop een groep opnieuw toegang krijgt tot perspectieven die voordien vastzaten achter standpunten, frustraties of stiltes. Vaak zijn dat geen grote kantelmomenten. Soms zit beweging in een vraag die eindelijk wordt gesteld, een zorg die uitgesproken raakt of een gesprek dat mogelijk wordt terwijl het voordien werd vermeden.

Woorden geven aan wat aanwezig is

Misschien ligt daar wel de mooiste verbinding tussen mijn vroegere werk en wat ik vandaag doe.

Als logopedist hielp ik mensen woorden vinden wanneer communicatie door een aandoening onder druk kwam te staan. Vandaag help ik mensen, teams en organisaties woorden vinden voor wat aanwezig is, maar vaak nog geen taal heeft gekregen.

Een onderliggende zorg. Een spanning die telkens terugkeert. Een verlies dat nog niet werd benoemd. Een perspectief dat onvoldoende gehoord wordt. Een verlangen naar iets anders.

Ik geloof dat beweging vaak ontstaat wanneer woorden gevonden worden voor wat al langer voelbaar aanwezig is. Niet omdat woorden alles oplossen, maar omdat wat benoemd kan worden ook gedeeld kan worden. En wat gedeeld kan worden, hoeft minder vaak ondergronds zijn weg te zoeken.

Tegelijk blijft systemisch werken mij uitdagen.

Van nature ben ik iemand die betrokken is. Wanneer ik zie dat mensen worstelen of wanneer een groep vastloopt, voel ik soms de neiging om mee te dragen. Om te helpen. Om beweging mogelijk te maken.

Net daar heeft systemisch werken mij een belangrijke les geleerd. Mijn rol is niet om de spanning weg te nemen en ook niet om verantwoordelijkheid over te nemen. Mijn rol is om aanwezig te blijven bij wat zich aandient, zichtbaar te maken wat aandacht vraagt en ruimte te creëren zodat mensen zelf opnieuw eigenaar kunnen worden van wat speelt.

Dat blijft een oefening. Want betrokken zijn zonder over te nemen vraagt vertrouwen. Vertrouwen dat mensen, teams en organisaties vaak meer kracht en wijsheid in zich dragen dan op moeilijke momenten zichtbaar is.

Misschien is dat uiteindelijk wat systemisch werken voor mij betekent.

Nieuwsgierig aanwezig blijven bij wat gehoord, gevoeld of gezien wil worden. Niet om de waarheid te claimen, maar om ruimte te maken voor verschillende perspectieven. Niet om problemen van mensen over te nemen, maar om hen te ondersteunen in het opnieuw vinden van beweging.

Want wanneer mensen woorden vinden voor wat er werkelijk leeft, ontstaat er vaak iets bijzonders: meer begrip zonder dat er overeenstemming hoeft te zijn, meer verbinding zonder verschillen uit te wissen, en meer ruimte om samen een volgende stap te zetten.

Meer blogs